Eén monster voor een heel perceel
Een grondmonster bestaat uit grond van veel plekken op hetzelfde perceel. Die grond wordt gemengd tot één monster. Hoe meer plekken, hoe beter het monster het hele perceel vertegenwoordigt.
Verschilt een perceel sterk, bijvoorbeeld omdat een deel natter is of vroeger anders werd gebruikt? Dan is het beter om die delen apart te bemonsteren.
Plekken die we overslaan
Sommige plekken geven een vertekend beeld. Die laten we bewust liggen:
- De randen en kopakkers van het perceel
- Plekken waar mest of kalk heeft gelegen
- De grond rond drinkbakken en voerplaatsen
- Natte of vertrapte plekken
De juiste diepte
Hoe diep we steken, hangt af van het gebruik van het perceel. Grasland wordt niet geploegd, daar blijven voedingsstoffen vooral in de bovenlaag. Op grasland nemen we daarom meestal de laag tot ongeveer 10 centimeter.
Bouwland wordt bewerkt, daar steken we dieper. Voor stikstof nemen we de grond in lagen. Meer daarover leest u op de pagina stikstof in de bodem meten.
Het goede moment
Bevroren, erg natte of net bemeste grond geeft geen goed beeld. Na het bemesten wachten we liever een aantal weken.
Wilt u uitslagen door de jaren heen vergelijken? Laat dan steeds in dezelfde tijd van het jaar bemonsteren.
Van perceel naar laboratorium
Elk monster krijgt een eigen code met het perceel erbij. Zo komt de uitslag bij het juiste perceel terecht.
Monsters voor stikstof houden we koel, omdat de stikstof in de grond blijft veranderen.






